Professioneel

Een paar dagen geleden was ik zeer professioneel en ging ik met mijn partner in crime Nathalie naar een event van Coach Café Leuven. Het netwerken sloegen we over, maar de lezing van de avond over ‘Ontwikkelingsgericht Coachen’ door Rudy Vandamme hebben we wel gehoord. Dit leek ons interessant in het kader van onze trajecttrainingen communicatie voor RTC Vlaams-Brabant. Hij sprak onder andere over ‘de dans van volgen en leiden’, wat voor een impromens als muziek in de oren klinkt, en stelde ‘de Vork’ voor, het model om ontwikkeling te structureren.
Ik vind ‘het vorkmodel’ beter klinken dan ‘de vork’. Of ‘een vork’. Niet ‘de vork’. Die ‘de’ klinkt zo raar.
Zo klinkt Inspinazie voorstellen als ‘een professioneel improvisatietheatergezelschap’ blijkbaar ook veel beter dan ‘een improvisatietheatergezelschap’.
Wat is dat toch met dat ‘professionele’? Ik merk een opkomende allergie voor het woord, net zoals ik allergisch ben voor Comic Sans MS en het woord ‘kids’. Kids dat is: “There will be no next time!
Rudy Vandamme eindigde zijn lezing met een demonstratie van het gebruik van het vorkmodel, namelijk een coachingsgesprek met een vraag/klacht/probleem/uitdaging van een vrijwilliger uit het publiek. Ik zou het ontstane gesprek van ongeveer 15 minuten onrecht aandoen door te schrijven dat het hierop neerkwam, maar één ding haakte zich vast in mijn hoofd. Deze persoon, die geruime tijd als vrijwilliger actief was in het jeugd- en vormingswerk en sinds twee maanden nu ook jobgewijs vormingen moest organiseren en geven, vroeg zich onder andere het volgende af. Is het gebruik van een spelletje, of misschien wel ‘energizers’ en ‘focussers’ zoals wij gebruiken in onze trainingen, in vormingen wel ‘professioneel’?
Zo vertellen studenten verpleegkundigen en verzorgenden in trainingen dat ze wegstappen van rouwende familie omdat anders de kans groot is dat ze ook tranen in de ogen krijgen. Dat is niet ‘professioneel’. Zie ook de blog “Gewoon mens zijn”.
Zo vertellen mensen in trainingen over feedback geven dat je in professionele context toch best niet vertelt wat je voelt. Dat is toch niet ‘professioneel’?
Professioneel, dat is ene frak (jas met de letter f) en twee sloefen (pantoffels met de letter s), zo leerde ik vroeger.
Professioneel, dat is volgens de Van Dale: 1. van beroep 2. aan het beroep eigen 3. (als) van een vakman.
Dus toch niet: 1. zonder spelplezier 2. zonder emoties te tonen 3. en nu voor serieus?
Kruipen we ’s ochtends alvorens naar het werk te vertrekken in een andere modus, omdat we denken dat dat zo moet? Is dat die ‘professionele’ modus?
Waarom klinkt ‘een professioneel improvisatietheatergezelschap’ beter dan ‘een improvisatietheatergezelschap’? Klinken we anders te amateuristisch? Ben je in theaterkringen pas ‘professioneel’ als je gesubsidieerd bent? Word je erkend door subsidies?
Bernard Soenens, directeur van Opendoek – Amateurtheater Vlaanderen, schreef eerder: “Het onderscheid tussen professionele kunst en kunst in de vrije tijd slaat dus op beroep of inkomen en niet op kwaliteit, artistieke ambities of opleiding.” Dankuwel Bernard!
Toch klinkt het als meer, dat ‘professionele’.
Misbruiken we het woord? Heeft het woord ondertussen een andere betekenis gekregen die de Van Dale nog niet heeft gehaald?
Dirk De Corte, oprichter van ‘Theater de WAANzin’ in Gent, drukte het dan weer ooit als volgt uit: “Profs leven van het theater, amateurs leven voor het theater.” Leven voor iets drukt enorm veel emotie uit. Passie, gedrevenheid, bij deze gereserveerd voor de amateurs.
Wat als we ons in de toekomst zouden voorstellen als ‘een professioneel en amateuristisch improvisatietheatergezelschap’, dekt deze vlag dan de volledige lading?
We halen onze inkomsten uit het improvisatietheater en hebben verscheidene opleidingen achter de kiezen, maar geen erkende improvisatietheateropleiding. In België wordt improvisatietheater in het onderwijs namelijk nog niet gezien als een op zich staande podiumkunst. We zijn er voltijds mee bezig en streven naar steeds beter spel. Improvisatietheater wordt niet altijd en overal als even ernstig bekeken. Voor sommigen is improvisatietheater nog steeds louter kampvuurentertainment. We hebben na 10 jaar ‘professioneel’ bezig te zijn ondertussen een aanzienlijke ervaring en we doen het nog elke dag met veel spelplezier en passie. (Het amateur/professioneel continuüm van Hutchison & Feist, 1991)
Kunnen we gewoon afspreken dat ‘professioneel’ het bijvoeglijke naamwoord is van ‘professie’?

 

.